Les:
Antibioticaresistentie

Quiz

Je hebt al heel veel geleerd over bacteriën en antibiotica. Laat zien wat je weet, doe de test.

Vraag 1

Een bacterie is:

a. een piepklein beestje dat ziektes bij zich draagt.

b. een piepklein beestje dat op en in je lichaam leeft.

c. een bloedlichaampje dat in je lichaam leeft.

Goed!

Bacteriën leven op en in je lichaam. De meeste bacteriën helpen je of zijn onschadelijk, maar er zijn ook slechte bacteriën, die je ziek kunnen maken.

Vraag 2

Bacteriën kunnen je ziek maken als:

a. je er teveel hebt.

b. ze op de verkeerde plek in je lichaam terecht komen.

c. ze op je huid terecht komen.

Goed!

Er leven miljarden bacteriën in en op je lichaam. Dat is niet erg. Je wordt pas ziek als verkeerde bacteriën in je lichaam terechtkomen, bijvoorbeeld via je mond, of een wondje op je huid.

Vraag 3

Antibiotica bestrijden:

a. virussen en bacteriën

b. alleen virussen

c. alleen bacteriën

Goed!

Antibiotica werken alleen tegen bacteriën.

Vraag 4

Antibiotica werken altijd bij een infectie.

a. Niet waar

b. Waar

Goed!

Antibiotica werken alleen bij een infectie door bacteriën. En elke bacteriële infectie vraagt weer om een eigen soort antibiotica.

Vraag 5

Welke bewering klopt?

a. Te vaak antibiotica gebruiken, kan gevaarlijk zijn.

b. Als je je beter voelt dankzij antibiotica, kun je er meteen mee stoppen.

c. Antibiotica kun je in Nederland zonder recept halen bij de drogist.

Goed!

Als mensen te vaak antibiotica gebruiken, kan het gebeuren dat bacteriën uiteindelijk niet meer reageren op de antibiotica. Dan helpt een antibioticakuur dus niet meer voor die soort bacterie (en kunnen mensen uiteindelijk doodgaan aan een bacteriële infectie). Daarom kun je alleen antibiotica krijgen als de huisarts het nodig vindt (en het niet zelf bij de drogist halen). Door altijd je kuur af te maken (ook als je je beter voelt), zorg je ervoor dat bacteriën écht helemaal weg zijn uit je lichaam.