Deze opdracht gaat over wensen en grenzen. Wat kun je doen als iemand jouw grenzen overgaat? Wie kun je in vertrouwen nemen? Hoe kun je jouw grenzen aangeven? Bekijk de volgende situaties. Welk antwoord past het best bij jou?
Situatie: Je bent stapelverliefd op je buurjongen / buurmeisje. Na jaren zwijmelen en verlangen ziet hij / zij je eindelijk staan. Hij / zij wil verkering en op de eerste dag wil hij /zij al met je naar bed, terwijl jij daar eigenlijk nog niet aan toe bent.
Je doet wat hij /zij zegt. Straks verliest hij /zij meteen alle interesse in je!
Je zegt dat je dat over een poosje misschien wel wilt, maar nog even wilt wachten. Als hij / zij je echt leuk vindt, heeft hij daar begrip voor.
Je maakt het meteen uit. Dan maar niet!
Situatie: Op een feestje doen jullie het spelletje doen / durven. Degene naast jou krijgt de opdracht om jou te zoenen, terwijl de hele groep toekijkt. Je wilt dit eigenlijk niet. Wat doe je?
Je wilt het niet, maar laat het gebeuren omdat de hele groep toekijkt. Wat zullen ze anders van je denken?
Je laat je één seconde kussen en trekt dan je hoofd weg. Pff, daar ben je vanaf!
Je legt uit dat je het niet wilt. Lachen ze je uit? Jammer dan. Jij bent de baas over jouw eigen lijf.
Situatie: Op een schoolfeest zit een klasgenoot ongevraagd aan jouw billen. Jij:
Laat het gebeuren. Het zal vast zo voorbij zijn. Zoiets hoort erbij, toch?
Laat het gebeuren. Maar eigenlijk ben je er niet blij mee. Daarna neem je iemand in vertrouwen en vertel je wat er is gebeurd.
Maakt meteen duidelijk dat je dat niet wilt. Niemand mag zomaar zonder toestemming aan jouw lijf zitten.